Oorsprong Zijdehoenders.

De zijdehoenders zijn hoogst waarschijnlijk o­ntstaan in China en in Europa geïmporteerd rond 1827. Via diverse handelsroutes werden de zijdehoenders bekend o­nder verschillende namen. Vooral op markten waren ze zeer populair, daar werden ze verkocht als een kruising tussen een kip en een konijn. 

Zijdehoenders zijn de kleinste van alle hoenders, eigenlijk een halfkriel. Ze wegen   o­ngeveer 1000 tot 1600 gram.
De vorm van de zijdehoen komt het meest overeen met die van de Cochinkriel.

Kenmerken van het ras: het lichaam moet rond zijn, de bevedering zacht, de huid donker en de oorlellen lichtblauw.
De hennetjes hebben een bolstaande kuif en de haantjes hebben een typerende, achterwaarts staande kuif.
De zijdehoen staat bekend om zijn rustige en vertrouwelijke aard en is makkelijk handtam te maken.
De hennetjes staan niet bekend als grote ei-leggers (100 per jaar), maar ze blinken wel uit in het broeden en groot brengen van hun kroost.
Omdat de zijdehoen zo’n betrouwbare broedster is, worden ze vaak als pleegmoeder ingezet voor het uitbroeden van fazanten eieren.